De Wet VPS betreft aanvullend recht. Dit betekent dat van deze wet mag worden afgeweken. In de Wet VPS zijn vier mogelijkheden voor afwijking van de hoofdregel opgenomen:

  • De toepassing van de Wet VPS wordt uitgesloten: In die gevallen waarin beide echtgenoten zelf een ongeveer even groot pensioen hebben opgebouwd is verevening niet zinvol. In die gevallen kan uit praktisch oogpunt overeengekomen worden dat beide partners hun eigen opgebouwde pensioenrechten behouden.
  • De pensioenrechten welke zijn opgebouwd in de jaren vóór het huwelijk worden meegenomen bij het verevenen: Volgens de standaardregels van de Wet VPS komt het pensioen dat is opgebouwd gedurende de huwelijksjaren in aanmerking voor verevening. In de gevallen waarin partners reeds lange tijd hebben samengewoond (zonder geregistreerd partnerschap) en slechts een aantal jaren zijn getrouwd, kan er voor worden gekozen om de pensioenrechten welke zijn opgebouwd vóór het huwelijk (dus tijdens de samenwoonperiode) in de verevening te betrekken.
  • Verevening vindt plaats op basis van een ander percentage dan de standaard 50%: De standaardregels van de Wet VPS schrijven een verdeling op basis van 50%/50% voor. Het is mogelijk om een ander verdelingspercentage te hanteren.
  • Conversie: Bij conversie verkrijgt de ex-partner een eigen recht op ouderdomspensioen.

Vastleggen afwijkende afspraken

In de Wet VPS is vastgelegd op welke wijze afwijkende afspraken dienen te worden vastgelegd. Afwijkende afspraken kunnen alleen worden vastgelegd bij huwelijkse voorwaarden of voorwaarden voor het aangaan van een geregistreerd partnerschap óf in een convenant met het oog op de scheiding of beëindiging van het geregistreerde partnerschap. Hieruit blijkt dat voor afwijkende afspraken instemming van beide partners benodigd is.

U dient beiden binnen 2 jaar na de echtscheiding de verdeling van het ouderdomspensioen aan uw pensioenverzekeraars kenbaar te maken. De melding doet u door het formulier ‘mededelingsformulier in verband met de verdeling van ouderdomspensioen bij scheiding’. Indien dit niet gebeurt, dan is het uitvoeringsorgaan niet gebonden aan de afwijkende afspraken die partners onderling zijn overeengekomen.